Stichting Naturisme Isabellagriend

Natuurgebied Isabellagriend

Algemeen

Het natuurgebied Isabellagriend maakt deel uit van de Ooldergreend en dit is weer een van de gebieden die de Stichting het Limburgs Landschap op haar website indeelt bij de Maasplassen.

De Stichting het Limburgs Landschap is eigenaar van dit gebied. “Achter de gebiedsnaam ‘Maasplassen’ schuilt een keur aan gebieden met een totale oppervlakte van ruim 750 hectare. De Maasplassen zijn een combinatie van (diepe) ontgrindingsplassen, bloemrijke graslanden en dijken en ondiepere plasjes met plaatselijk rijk begroeide oevers. De plassen hebben een belangrijke ecologische functie, met name als doortrek- en overwinteringsgebied van watervogels. Oevers zijn in trek bij allerlei libellensoorten. De meeste plassen kan men met een boot bezoeken. De graslanden zijn allemaal goed toegankelijk via een stelsel van wandelpaadjes en op veel plekken nodigen we u uit door het gebied te struinen.” Aldus de Stichting het Limburgs Landschap op haar website.

De Ooldergreend zelf bevindt zich ten westen van de Oolderplas en is over land maar via één toegangsweg vanuit Ool bereikbaar. In de bocht van de Broekstraat nummer 1 en de Maasstraat nummer 33 te Ool dient u in zuidelijke richting de oprit van de Maasdijk op te gaan.  Zie verder bij Route op deze site.

In westelijke richting kunt u dan via het klaphek het gebied ingaan. U ziet daar ook meteen bij het toegangshek dat er een vee-rooster ligt en dat dient ervoor dat een kudde Galloways in een onbewaakt ogenblik het terrein niet kan verlaten. Hieronder ziet u een satelliet-afbeelding van enkele jaren geleden – een opname die Google-maps nog altijd laat zien – en een kaart met een verdere indeling van het gebied. Inmiddels is er veel meer groen op het terrein.

De blauwe omranding geeft precies de totale omvang van de Ooldergreend aan: zo’n 50 hectare. De rode lijn geeft de omvang van het naaktrecreatiegedeelte aan. Met een boot kun je alleen via de invaart vanaf de Maas in de Zuidelijke Plas Isabellagriend en in de Kom Ooldergreend komen. Op beide plekken liggen verschillende aanlegsteigers. In de Oolderplas ligt, als je  na de invaart meteen in noordelijke richting vaart, ook nog een steiger bij de Ooldergreend ter hoogte van de eerste toegang (1) tot het naaktrecreatie gedeelte. Deze steiger grenst echter niet direct aan land. Motorboten kunnen aan de noordzijde niet de Noordelijke Plas Isabellagriend invaren. De toegang wordt verhinderd door een blokkade van keien onder water, zoals een bord daar aan de Maaszijde ook aangeeft.

Op deze pagina geven we aandacht aan enkele natuurverschijnselen, die vooral plaatsvinden in het naaktrecreatie gedeelte en op de oostelijke oever van de Oolderplas.

Bijna jaarlijks hoogwater

Bijna elk jaar is er in de wintermaanden sprake van hoogwater. Een aantal jaren hebben we dat nu ook al meerdere keren. Je kunt dan het terrein alleen via de dijken en kades bezoeken. Meestal heb je dan ook nog veel modder aan je laarzen omdat het nat is en omdat de ondergrond vooral klei is. Bij het nieuws lieten we  in het verleden op de website meestal foto’s van het hoogwater zien vanuit een oever of dijk.

In 2020 hebben we voor het eerst foto’s ontvangen die met een drone zijn gemaakt en die bieden een beter overzicht.

Deze foto is gemaakt toen het water alweer minstens een meter was gezakt. De donkere vlekken midden onderin duiden daar ook op. We zien verder duidelijk dat de oevers van de Noordelijke Plas Isabellagriend onder water staan. En met name ook het Middenstuk van het terrein. Je ziet daarbij dat het water vanuit de Zuidelijke plas Isabellagriend met golfjes (de witte streepjes; zie hieronder) de Noordelijke Plas Isabellagriend binnen stroomt.

Het hoge water stroomt vanuit het zuiden vanuit de Maas de toegang naar de Oolderplas in en wordt dan vooral tegen het middenstuk opgedrukt. En als het water er over heen komt, is er sprake van een verval. Daarom ontstaan daar golven. Vervolgens neemt het natuurlijk de kortste weg naar het noorden. Het stroomt daar weer in de Maas uit.

Bij het instromen in de Noordelijke Plas Isabellagriend zorgt dit telkens bij elk hoogwater voor enige afkalving (golfjes links) van de oever. En het zorgt voor uitspoeling van de grond (onderste rij golfjes rechts) van met name het pad en de grond daar op het middenstuk. Elke keer na hoogwater komt daar meer ongelijkheid in het van oorsprong gewoon vlakke stuk.

Op de foto hieronder van de zuidelijke oever van de plas – gemaakt vanuit de tweede toegang tot het terrein – is dat hiervoor aangeduide waterverval van het middenstuk naar het noorden ook goed te zien. Deze foto is van dezelfde dag. Of er ooit maatregelen genomen moeten worden om verdere afkalving en uitspoelen te voorkomen, weten we nog niet.

Een heel ander gevolg van hoogwater is de afzetting van vuil en afval op de oevers. Uit bovenstaande foto’s en toelichting zal wel duidelijk zijn dat bij hoogwater een behoorlijk deel van het Maaswater met afval door de Isabellagriend-plassen gaat. En dat met name het middenstuk en de noordelijk plas geen mooie recht gelijnde oevers hebben zoals de Maas om het af te voeren. Een belangrijke blokkade in de afvoer is in dit verband de noord-oost oever van de Zuidelijke Plas Isabellagriend. Daar treffen we na het hoogwater dan ook meestal de grootste hoop afval aan.

De foto hiernaast is van 14 februari 2019. Wat op de foto niet goed te zien is, is dat de laag afval onderin de foto meer dan een halve meter dik is. De Stichting het Limburgs Landschap heeft dit afval op ons verzoek dan ook met groter materieel afgevoerd. De rest van het hoogwaterafval heeft het stichtingsbestuur zoals elk jaar zelf op het terrein opgeruimd. In de toekomst hopen we op u als bezoeker een beroep te kunnen doen om mee te komen helpen.

Hoogwater heeft nog een ander natuurlijk gevolg. Bevers moeten bijvoorbeeld een ander hoger onderkomen zoeken en dat lukt niet altijd. De foto hieronder gemaakt bij het opruimen van het afval hiernaast getuigt daarvan.

 

 

 

Lente

Gelukkig wordt het elk jaar ook weer lente in het gebied. Alles komt tot bloei en leven. We laten foto’s spreken.

Paaien van vissen

De term paaien wordt vooral gebruikt voor het voortplantingsgedrag van beenvissen die op een bepaalde plaats bij elkaar komen om hom en kuit af te scheiden. Paaiplaatsen moeten relatief veilige plaatsen zijn, waar de bevruchte eieren kunnen uitkomen. Dat is vaak bij ondiep water, waar de zon het water makkelijk opwarmt en waar grote predatoren minder toegang hebben. De Isabellagriend is zo’n paaiplas. Er mag dan ook niet in gevist worden, zoals ook in de vispas die elke hengelaar bij zich moet hebben, duidelijk is aangegeven.
Er zijn twee vissoorten die in de Noordelijke Plas Isabellagriend paaien: de brasems en de karpers. Zie ook de informatie bij Vissen Isabellagriend en klik hieronder op de naam van de vissoort om een video over het paaien van die soort bij Youtube te bekijken.

Paaiende brasems
De brasems paaien in april, mei en juni, als de watertemperatuur boven de 14 graden stijgt. De tot wel 50 centimeter lange vissen paaien in het ondiepe water bij de oevers waar het er wild aan toe gaat met een hoop gespetter: een opvallend verschijnsel. Het duurt meestal maar enkele etmalen. Als de weersomstandigheden verslechteren wordt de paai vaak weer onderbroken om ze later weer te hervatten. De mannetjes verdedigen kleine territoria, waar ze andere mannetjes uit verjagen. Mannetjes brasems krijgen in de voortplantingsperiode paaiuitslag. Dit zijn kleine knobbeltjes op de schubben, verdeeld over het lichaam. De paaiuitslag komt tot stand door een veranderde hormoonhuishouding, waardoor bepaalde huidcellen gaan woekeren en knobbeltjes vormen. De paaiuitslag zorgt ervoor dat de brasems ruw aanvoelen. Daarmee wordt het makkelijker voor ze om contact met de vrouwtjes te maken en mogelijk stimuleren ze hiermee ook de vrouwtjes. Als een vrouwtje toehapt, probeert het mannetje het vrouwtje tegen de vegetatie te drukken om haar te stimuleren haar kleverige eitjes af te zetten aan de waterplanten, takken of riet. Vervolgens bevrucht het mannetje de eitjes. De vrouwtjes produceren afhankelijk van de grootte 90.000 tot 300.000 eitjes. De kleverige eitjes worden op plantenmateriaal afgezet. Na het dooierzakstadium vormen de brasems scholen in de oeverzone. Bij hoge watertemperaturen is de paai vaak kort maar heftig. De brasems zijn dan binnen enkele etmalen afgepaaid en verlaten vervolgens alweer de paaigebieden. De paai vindt vooral plaats bij rustig warm weer in de ochtend en in de avonduren.

Paaiende karpers

Wanneer je karpers in de paaitijd hebt gezien – dat gebeurt niet elk jaar in de Isabellagriend -, dan vergeet je dat niet snel meer. Het water spettert dan ook alle kanten op, mannetjes en vrouwtjes karpers jagen achter elkaar aan door het ondiepe water. Opeens lijkt alle schuwheid helemaal verdwenen. Ze trekken zich niets aan van omstanders en hebben alleen nog maar oog voor elkaar. Wanneer de paaitijd aanbreekt, verschilt erg per water. Als het water eenmaal de juiste temperaturen bereikt van ongeveer 17-20 graden, dan voelt de karper dat de paaitijd is aangebroken. Door het ruwe contact met stenen of beschoeiingen lopen ze beschadigingen op. Gelukkig herstelt de karper meestal volledig. Meerdere mannetjes zwemmen steeds opdringeriger achter een vrouwtje aan. Ze vechten om aandacht en proberen het vrouwtje te overtuigen haar kuit(miljoenen eitjes) los te laten. Wanneer het vrouwtje het mannetje een geschikte kandidaat vindt, laat ze haar kuit los. Het liefste zet ze deze kleverige eitjes af op waterplanten in ondiep water. Het mannetje heeft op dat moment gewacht en laat tegelijkertijd zijn hom ontsnappen. Dit gebeurd met veel geweld, soms slaan ze schuim op het water en ontwortelen meerdere waterplanten. Wanneer het mannetje het eitje heeft bevrucht, duurt het nog 3 tot 8 dagen voordat de eitjes uitkomen. Dit is erg afhankelijk van de watertemperatuur. De eerste paar dagen kan het jonge karpertje teren op zijn dooierzak, hij hoeft nog niet op zoek naar voedsel. Na enkele dagen is deze dooierzak op en zwemt het karpertje naar de oppervlakte om zijn zwemblaas de eerste keer met lucht te vullen. Hij is dan ongeveer één centimeter lang en staat er helemaal alleen voor. Hij voedt zich met micro-plankton en groeit snel. Vanaf ongeveer 2cm lengte is het echt een mini-karpertje. Alle schubben zijn dan zichtbaar en de vinnen zijn volledig ontwikkeld. Het blijft een kwestie van ‘overleven’ in dat stadium. In Nederland is het water niet heel warm en daarom zijn jonge karpertjes geruime tijd overgeleverd aan allerlei gevaren.

Zomerregen en -sneeuw

Als je in het gebied in mei en daarop volgende maanden onder een wilgen of populier een (schaduw-)plekje hebt gevonden, kan je iets heel merkwaardigs overkomen. Je voelt dan plotsklaps ook bij prachtig weer een druppel ‘regen’ vallen en even later nog een. Zo’n druppel wordt veroorzaakt door de wilgenschuimcicade. Klik erop en je vindt meer informatie.

Een heel ander jaarlijks verschijnsel in het gebied is ook iets ongelofelijks: zomersneeuw. Deze sneeuw, die niet smelt, vind je meestal in juni, wanneer het vruchtpluis van de populier massaal het luchtruim kiest. Maar ook in juli kun je het nog vinden. Het sneeuwt dan ook echt. En bij wat wind kan dat best veel zijn.

De witte pluisjes die de bodem soms bedekken als een dun laagje sneeuw zijn dus afkomstig van populieren, maar ook wilgen produceren het. Beide komen in veelvoud voor in het gebied. De pluisjes die je ziet zijn eigenlijk zaadjes omgeven door pluis, die de bomen in het voorjaar produceren. Door de pluisvorm kunnen de zaadjes door de wind makkelijk worden verspreid. Bij droog weer blijft het pluis lang liggen, maar een flinke regenbui doet de ‘sneeuwlaag’ smelten. Hieronder een paar foto’s.

Blauwalg

Eind juli of de eerste dagen van augustus zien we meestal eerst aan de botenkant in de zuidelijke plas Isabellagriend de eerste verschijnselen van blauwalg. Je ziet dan sliertjes groen drijven zoals hierboven helemaal links op de foto. Als de blauwalg verder toeneemt en een grotere oppervlakte beslaat, gaan zich mede door de wind zogenaamde drijflagen vormen, zoals hierboven midden op de foto. Zo’n drijflaag is dikker. Helaas stellen we de laatste jaren een toename in het voorkomen van blauwalg vast.

Als het flink waait, wordt de blauwalg wind-af bij elkaar gedreven en kun je vaak wel zwemmen vanaf de oever waar de wind vandaan komt. Soms moet je het daar dan even wat schoon maken en weg laten drijven. Waar blauwalg – die in het water altijd groen uitziet – door golven op de oever komt en daar opdroogt wordt deze fel blauw. Vandaar de naam.

Blauwalgen (ook wel cyanobacteriën genoemd) zijn microscopisch kleine organismen die overal ter wereld voorkomen in zoet water. Overmatige groei van blauwalgen is een teken dat het niet helemaal goed gaat met de waterkwaliteit en de natuur die daarvan afhankelijk is. Hoge temperaturen bevorderen dit proces eveneens, maar ook veel voedingsstoffen, zoals fosfaat en stikstof in het water, kunnen de blauwalgen-groei versterken.

Sommige blauwalgen zijn giftig. Het is dan ook af te raden om te zwemmen in water waar veel blauwalgen voorkomen. De stichting plaatst dan altijd waarschuwingsborden. Blauwalgen kunnen huidirritatie geven en als u blauwalg binnen krijgt, kan dat maag-en darmklachten veroorzaken. Vooral kleine kinderen zijn kwetsbaarder en stoppen onbewust dingen (ook blauwalgen) in hun mond. Let ook op honden.

Bevers

Op dit moment bevinden zich drie beverburchten in de Ooldergreend op haar oevers aan de Oolderplas.

Deze  hiernaast ligt er inmiddels al jaren en is de grootste. De foto is in april 2015 gemaakt. Aan grote wateren die te breed zijn om een dam in te bouwen, nemen bevers in eerste instantie genoegen met een eenvoudig hol in de oever met minstens 2, maar vaak wel 4 of 5 ingangen, die steeds onder water liggen. In de oever wordt een verblijf, ‘ketel’, gebouwd, dat ongeveer 1,20 meter breed en 40-50 cm hoog is en dat aan de binnenkant zeer zorgvuldig glad is gemaakt. We zien pogingen hiertoe al enkele jaren in de oostelijke oever van de Noordelijke Plas Isabellagriend. De gaten langs het pad daar worden door dit gedrag veroorzaakt. Tijdelijk heeft ook al eens een bever zo’n gat bewoond. We hebben de gaten al eens dicht gemaakt, maar er komen er steeds meer. We stoppen er hout in om bezoekers te waarschuwen. Trap er niet onverhoeds in en houd het hout in de gaten.

Als de waterspiegel door bijvoorbeeld hoogwater stijgt, moet ook de vloer van het woonhol verhoogd worden. Daartoe schraapt of knaagt de bever eenvoudig aarde af van het plafond. Gewoonlijk is het dak van de burcht zo sterk dat verscheidene mensen erop kunnen staan. Als de vloer echter aanzienlijk moet worden verhoogd, versterkt de bever zijn burcht door takken op het oppervlak te stapelen en een echte berg te bouwen.  We verwachten dat eerstdaags zo’n burcht ook op de oostelijke oever van de Isabellagriend gaat verschijnen. Dat is dan wel een bijzonder fenomeen op het terrein en bij voorbaat vragen we iedereen om de dieren met rust te laten.

De bomen die bevers doorknagen, zijn bij voorkeur 8-20 cm in diameter, van de soorten wilg en populier. Die zijn voor een behoorlijk gedeelte op de Ooldergreend  bij de oever van de Oolderplas al geconsumeerd en daarom zijn ze ook druk bezig met de dikkere bomen.  Ze geven de voorkeur aan bomen die dicht bij het water staan. Een 8 cm dikke wilg is in vijf minuten doorgeknaagd, aan grotere bomen werken ze verschillende nachten achter elkaar. Volgens waarnemingen moest een groep bevers zelfs enkele maanden werken om een 85 cm dikke populier te vellen. Elke bever knaagt per jaar 200-300 dunne populierenstammen door. Op een halve hectare land vindt een beverkolonie 1-1½ jaar lang voedsel. Bevers houden geen winterslaap en als het water dichtgevroren is, moeten ze twijgjes en schors eten die ze in de zomer hebben verzameld.

Doorgeknaagde bomen vallen om en dat is op diverse plaatsen op de Ooldergreend steeds meer te zien. Als ze over een pad of weg vallen waar  dienstverlenende en onderhoudsvoertuigen over moeten of als ze de doorgang voor bezoekers blokkeren, proberen we als bestuur die zo spoedig mogelijk weer op te ruimen. Hieronder een paar actie-foto’s van 9 september 2018 van de vorige website.

Storm

Een heel andere manier om bomen te vellen in het natuurgebied de Ooldergreend is storm.  Het kan er soms behoorlijk te keer gaan. Vooral als deze vanuit zuid oostelijke, zuidelijke of zuid westelijke richting komt. De wind heeft dan over het water een heel stuk vrij spel en hier en daar wordt ook turbulentie door bomen veroorzaakt.  De ergste storm hebben we 14 juli 2010 over het gebied gehad. Er lagen toen overal bomen om van de toegang tot aan de zuidkant. De schade van toen is nog altijd te zien. Houdt bij een bezoek altijd met de weersvoorspellingen rekening.

Herfst

Dit is een prachtig jaargetijde om het gebied te bezoeken. Vaak is het nog heel goed weer en met name bij oostenwind zijn veel plekken te vinden om van de zon te genieten. Je hoeft dan geen kou te lijden en kunt genieten van prachtige kleuren.

In de herfst zien we in de plas ook groepen trekvogels en dat zijn hele andere tijdelijke bewoners dan die welke we in de andere jaargetijden zien. Zo nu en dan zien we in de Noordelijke Plas Isabellagriend ook groepen aalscholvers die gezamenlijk op vissenjacht zijn. Dat is ook een heel spectaculair gebeuren, maar dan moet het niet al te druk zijn. Meestal pikken dan enkele reigers ook een visje mee. In de Oolderplas komt dit vaker voor. Dat hebben we wel eens kunnen vastleggen.

Winter

Van winter is de laatste jaren niet echt sprake meer, maar uit vervlogen jaren hebben we toch nog enkele plaatjes van het gebied. Zo hebben we een schets gegeven van alle jaargetijden. In 2021  zagen we enkele dagen toch weer echte winterse beelden.